Er moet bepaald worden hoeveel water en bij welke druk beschikbaar is voor het beregeningssysteem,
dit heet ook wel de capaciteit.
Als het water door het waterbedrijf wordt geleverd, is deze capaciteit bekend.
Dan is het een beetje afhankelijk van waar het aansluit punt op het waternet komt en wat de leiding diameter is,
in hoeverre deze waarde reëel is.
Een exacte manier om de capaciteit te bepalen is de z.g. "emmer" test.
Er wordt een aftap put in het waternet gekozen, bijv. een kraan, dichtbij het
punt waar men de aansluiting wil maken naar het beregeningssysteem.
Er moet een koppeling worden gemaakt met een manometer en een 2dekraan.
Een beschrijving haal je op door op "emmer" test te klikken.
Als het water uit een put wordt betrokken, dan is de capaciteit misschien al bekend door de pomp die in de put of er boven zit,
of bij het bedrijf dat de put geslagen heeft.
Indien niet bekend dan is er m.b.v. grondwater kaarten en diepte van de put een betrouwbare schatting te maken.
Een voorbeeld formulier om de gegevens op te nemen kun je krijgen door erop te klikken.
Hierbij valt nog op te merken dat een belangrijk aantal watervoerende lagen in de Nederlandse bodem zeer ijzerhoudend is
en daarmee onbehandeld niet zeer geschikt is voor iedere beregening.
Als uit open water wordt gepompt is het belangrijk om de maten van vijver of sloot te bepalen
en of ze het hele jaar voldoende watervoerend zijn. Het is ook raadzaam een wateranalyse te laten doen of bij het waterschap te informeren.